Gluren bij de (zuider) buren!

Op uitnodiging van Klasbak, de Belgische EPEA branch, was Frans Lemmers met EPEA-NL bestuurslid Annet Bakker op bezoek bij de nieuwste Belgische gevangenis te Haren (Brussel). We hebben verschillende presentaties gekregen over de gevangenis zelf, maar ook over Klasbak en een lopend onderzoek naar vrouwen in detentie (Noorwegen en België). Frans vertelde er over de werking van Educatie achter buitenlandse tralies. Het gezelschap bestond verder uit een paar onderwijscoördinatoren en docenten in Belgische gevangenissen, enkele bestuursleden van Klasbak en onderzoekers van de VU Brussel en Bergen (Noorwegen). 

Het dorp 

Dit complex is in 2022 geopend en wordt ook wel ‘het gevangenisdorp Haren’ genoemd. Het heeft een capaciteit van ong. 1200 gedetineerden, maar men heeft tóch gemikt op kleinschaligheid. Klinkt tegenstrijdig, maar daarom is dit meer een dorp van verschillende gebouwen, dan 1 groot gebouw; je loopt er buitenlangs naar andere delen van de inrichting. De regimes zijn verdeeld over diverse gebouwen en binnen de gebouwen zijn kleinere afdelingen dan men in België normaliter gewend is (30 tot 45 ipv 100 tot 170). Een meer persoonlijke benadering wordt beoogd, door ook verschil in bewaking aan te brengen. Er wordt verschil gemaakt tussen beveiligingsassistent en bewaarders met ook een bejegeningsrol. Zo’n beetje alle regimes worden in Haren gehuisvest, zelfs kinderen kunnen tot hun 3e jaar bij de moeders verblijven.

Onderwijs

Allereerst iets over de verschillen van aanvliegen tussen NL en BE: In België wordt het onderwijs in detentie verzorgd door VOCVO, een overheidsinstelling o.a. gericht op ondersteuning aan laaggeletterden en op het vergoten van de zelfredzaamheid van gedetineerden. Er wordt gewerkt vanuit de ‘Vlaamse richtlijnen voor gevangenisonderwijs’, een document dat het beleid, aanbod en kwaliteitsbewaking beschrijft. Vocvo heeft voor elke gevangenis 1 studiecoördinator aangesteld die het onderwijs in de PI organiseert. Denk aan het opstellen van een jaarplan, begeleiding van de docenten, opstellen van roosters en evaluatiemomenten, voortgang en kwaliteit monitoren, behoefte peiling bij docenten én gedetineerden. Ook voeren zij intakegesprekken en houden zo een vinger aan de pols. De docenten zelf worden geworven bij de 2 landelijke (Vlaamse) organisaties voor volwassenenonderwijs: Ligo (basiseducatie) en CVO (Volwassenenonderwijs incl. vakopleidingen). Dit is dus het importmodel, de docenten blijven in dienst van hun eigen organisatie.

Onderwijsaanbod

Onderwijs kan wekelijks 3 tot 5 dagdelen per week gevolgd worden. Dit is nogal een groot contrast met de mogelijkheden in Nederlandse gevangenissen waar gedetineerden 2 uur per week begeleiding van een docent kunnen krijgen. Het fijne van het importmodel is dat het aanbod is aangesloten op de gangbare regels en eisen aan het reguliere aanbod, en dat dit mee verandert met de bewegingen in het onderwijswerkveld buiten de muren. Het huidige aanbod is nog beperkt (tekort aan personeel) en overlapt grotendeels ons Nederlandse aanbod. Wel is naast Vlaams en Engels, natuurlijk ook Frans een taal die standaard aangeboden wordt. Koken en elektrotechniek staan vast op het programma. ‘Taalvaardigheid coaching’ bij beroepsopleidingen en ‘basis communicatie en conflicthantering’ wordt ook door hen aangeboden. Alle certificaten die behaald worden bijgeschreven op de persoonlijke ‘sociale kaart’ een landelijk systeem los van elke connectie met de gevangenis. Het was een zinvol bezoek en leerzaam om in de gevangenis-onderwijs-keuken van een ander land te kunnen kijken.

Verslag van Frans Lemmers, voorzitter EPEA Nederland en directeur van Eabt, zie in de

Nieuwsbrief van december van Eabt www.Eabt.nl


Gluren bij de (zuider) buren!

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x